De geschiedenis van "De Pastorie": Het Tolhuis Het prachtige pand waarin Lenthe Publishers haar thuis heeft gevonden vanaf 1 mei 2006 kan bogen op een rijke en gloedvolle geschiedenis. De plaats van het gebouw dat ook wel "Het Parochiehuis" of "De Pastorie" wordt genoemd, is gebouwd op een locatie die voor de Amstelveense geschiedenis van onschatbare waarde is.
De naam Amstelveen wordt pas sinds 1964 gebruikt voor het gedeelte van Nieuwer-Amstel, dat na de annexaties van Amsterdam overbleef. Nieuwer-Amstel ontstaat in 1278 en is daarvoor bekend onder de naam Aemstelle (ame + stelle = waterloop + hoge grond). Amsterdam krijgt in 1300 stadsrechten en scheidt zich zo af van het Amstelland.
Rivaliserende buren
De territoriumdrift van het vanaf 1300 sterk groeiende Amsterdam loopt als een rode draad door de geschiedenis van Amstelveen. Eeuwenlang zaten de Amsterdammers en Amstelveners elkaar in de haren en de plaats waar De Pastorie nu staat, speelt een cruciale rol in de eeuwig sluimerende conflicten tussen de twee rivaliserende buren…
In 1332 wordt "35 el" ten oosten van de Veendijk - de tegenwoordige Dorpsstraat - een tolhuis gebouwd door Jan van Avenhorn, de tweede leenheer van Amstelland. Amsterdammers die hun waren in de buurgemeente wilden slijten, moesten bij dit huis eerst hun tol afdragen. Dat was zeer tegen de zin van enkele rijkere kooplieden uit de buurt van de Amstelmonding. In de ijskoude nacht van 18 december 1332 overvalt een Amsterdamse en door de kooplieden ingehuurde militie het Tolhuis. De slaperige wachten worden volledig verrast door deze Amsterdamse aanval. De tolwachter wordt de keel doorgesneden en de tolopbrengst van twee maanden wordt triomfantelijk door de Amsterdammers meegenomen. Als de ochtend aanbreekt, zijn de rapen gaar.
Stenen dorpskerk
Vanuit het Amstelveense Tolhuis vertrekt een woedende menigte in de richting van Amsterdam, maar die wordt ter hoogte van het tegenwoordige VU-ziekenhuis tegengehouden door broeder Gijsbertus (achternaam onbekend), de inderhaast gealarmeerde pastoor van Nieuwer-Amstel. Hij weet de opgewonden meute tot bedaren te brengen door allen een aflaat in het vooruitzicht te stellen. Morrend gaan de Amstelveners weer huiswaarts. Jan van Avenhorn krijgt na zijn dreigementen enige maanden later een schadevergoeding, waarmee de fundamenten worden gelegd voor een stenen dorpskerk, die oude houten moet vervangen. Dat gebeurt precies op de plaats van het Tolhuis, dat afgebroken wordt.
Het duurt echter tot 1447 voordat met de werkelijke bouw van een stenen kerk in Nieuwer-Amstel wordt begonnen; in 1449 wordt het bouwwerk voltooid. Ruim een eeuw later wordt de kerk geteisterd door de bekende beeldenstorm van 1568, waarbij de pastoorswoning, die aan de oostzijde van de kerk is aangebouwd (ter hoogte van de huidige serre van "De Pastorie"), in vlammen opgaat. De mare gaat dat daarbij de pastoor het leven laat. Zijn as wordt in een urn bewaard door devote contra-reformisten en begraven ter hoogte van de huidige Kalfjeslaan, waar het bij opgravingen in 1973 weer gevonden zal worden. De urn is nu te zien in het Historische Museum te Amsterdam.
Reformatie
In 1578 kiest Nieuwer-Amstel de zijde van de reformatie, maar het duurt daarna toch nog tot 1586 voordat de "Gereformeerden", zoals de aanhangers van Calvijn worden genoemd - de beschikking over het kerkgebouw krijgen. Vanaf dat jaar zal de Dorpskerk protestants bezit blijven, tot op de dag van vandaag.
Twee pronte klokken
Rond het midden van de 19e eeuw, als de verveningen ten einde lopen, is Amstelveen in de schaduw van het grote Amsterdam een eenvoudig landelijk dorp waar de tijd lijkt stil te staan. De turf-industrie is in elkaar gezakt, dus de inkomsten daarvan zijn verdwenen. Het dorp is enigermate afgelegen, omdat het geen enkele belangrijke spoorweg- of waterverbinding heeft. In de oude kern aan de Hoofdstraat (nu Dorpsstraat) staat intussen al een derde versie van de oude Dorpskerk. In de toren hangen dan twee pronte klokken, waarvan de grootste nu nog te bewonderen is. Hij weegt 518 kg en draagt als randschrift: Verbum domini manet in aeternum everhardus splinter me fecit enchusae anno 1814 (Gods woord blijft in eeuwigheid Everhard Splinter maakte mij te Enkhuizen in 1814).
Het is een wonder dat de klok bewaard is gebleven, want in 1875 wordt de rust in het landelijke Amstelveen wreed verstoord. In de nacht van 14 op 15 januari staat de gereformeerde kerk in lichterlaaie. Als de koster door rook overmand het luiden van de klokken moet staken, komt het alarmsignaal voor de vrijwillige brandweer van Amstelveen al te laat. Door de strenge vorst zijn alle sloten dichtgevroren en de kerk is reddeloos verloren. Als de toren instort, komen de klokken met donderend geraas naar beneden. Wonderlijk genoeg overleeft juiste de grootste klok de val en het inferno. De kleine klok is gebarsten en verloren. Het brons wordt omgesmolten, en alleen de klepel wordt door de dominee bewaard als aandenken op een wel heel bijzondere plaats….
Ingemetseld
De kerk wordt afgebroken en weer opgebouwd op de plek van de huidige Dorpskerk. De fundamenten van de kerk, en de restanten van het oude tolhuis, verdwijnen vervolgens bij de bouw van "De Pastorie", die medio 1875 begint en in 1876 wordt afgerond (een prachtige gedenksteen in de voorgevel herinnert hier nog aan). Dominee Gerhardus van Rappard, zijn vrouw, drie dochtertjes van 7, 5 en 3 jaar oud, alsmede twee huishoudsters betrekken het monumentale pand. Het zou tot de renovatie van 2005-2006 duren voordat duidelijk werd waar Van Rappard de klepel had bewaard: deze bleek in de kelder te zijn ingemetseld. Het wonderlijke voorwerp kwam tevoorschijn bij het stucwerk. Een klein koperen naamplaatje, links van de keldertrap, maakt de huidige bezoekers nu attent op "de klepel van Van Rappard".
Geheime opslagplaats
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt "De Pastorie" bewoond door dominee Van der Wilst. Weduwnaar Van der Wilst - zo wordt later pas duidelijk - is een belangrijke man in het Amstelveense verzet. Op de zolder van "De Pastorie" worden lange tijd enorme hoeveelheden voedselbonnen bewaard, die door het verzet zijn buitgemaakt bij een overval op een distributiekantoor in Utrecht. Tot schrik van Van der Wilst, wordt "De Pastorie" eind 1943 gevorderd door de SD, die er zijn intrek neemt. Van der Wilst heeft geen tijd meer om de enorme voorraad voedselbonnen uit het pand te halen. Pas na Dolle Dinsdag, als de Duitsers het pand in allerijl hebben verlaten, kan Van der Wilst weer in zijn Pastorie. De duizenden voedselbonnen in de geheime opslagplaats op zolder (tegenwoordig rechts can de trap, achter een destijds ingenieus gemaakt draaisysteem) zijn door de Duitsers niet ontdekt, maar ze zijn vlak voor de bevrijding dan echter totaal waardeloos.
Rijksmonument
Met de teruggang van het aantal kerkgangers van de Dorpskerk, verdween in 1973 ook de laatste dominee uit "De Pastorie". Het pand werd door de Gemeente Amstelveen aangekocht en tot rijksmonument bestempeld (wat het nog steeds is). Vanaf eind jaren zeventig tot najaar 2005 zijn diverse gemeentelijke diensten in het pand gehuisvest. Aan de achterkant wordt een serre aangebouwd om de vele ambtenaren onder te brengen tot het wordt aangekocht voor zijn huidige bestemming: het kantoor van Lenthe Publishers.
Bij de grondige renovatie van "De Pastorie" komen oude architectonische pareltjes weer tevoorschijn, zoals de originele schuifdeuren. Al deze originele elementen zijn voorzover mogelijk allemaal weer in oude luister hersteld of, zoals in het geval van de glas in lood-ramen, door replica's vervangen.
Met de komst van Lenthe Publishers wordt voor "De Pastorie" nu een nieuwe episode toegevoegd aan een gebouw en een plaats die in de Amstelveense geschiedenis niet onopgemerkt is gebleven…
|